Logo Abeln Advocaten

Bedrijfsongeval bij de inlener: wie is aansprakelijk? Schadeclaim en stilzitten

 

Een bouwvakker, als werknemer in dienst van een uitzendbureau, wordt uitgeleend aan een aannemersbedrijf. Op 9 december 2016 zakt hij door een steiger. Hij loopt knieletsel op. Hij laat zich behandelen in het ziekenhuis. Hij probeert tevergeefs contact te krijgen met het uitzendbureau. Pas op 19 december 2016 lukt dat. Zijn ziekmelding wordt zonder meer geaccepteerd. Verder doet het uitzendbureau niets. Het knieletsel is fors, de bouwvakker kan niet meer werken. Op 20 mei 2017 stelt zijn advocaat het uitzendbureau aansprakelijk voor de schade die het gevolg is van het arbeidsongeval. Het uitzendbureau wijst de aansprakelijkheid af. Op 8 maart 2018 stelt zijn advocaat het uitzendbureau en het aannemersbedrijf aansprakelijk. De bouwvakker krijgt opnieuw nul op het rekest: “Ga maar naar de steigerbouwer, je moet niet bij ons zijn”. Ook de verzekeraars van uitzendbureau en aannemersbedrijf geven niet thuis. Dan besluit hij het uitzendbureau en aannemersbedrijf gezamenlijk voor de rechter te dagen.

 

De uitspraak

 

De wet schrijft voor dat als je een schadeclaim op iemand meent te hebben, je dat binnen een redelijke tijd moet melden. Volgens de twee gedaagde partijen had de bouwvakker niet aan die wettelijke klachtplicht voldaan. Want ze waren pas na vijf respectievelijk vijftien maanden aansprakelijk gesteld. De rechter wees dat verweer van de hand. Het uitzendbureau wist al sinds december 2016 dat de werknemer, die bekend stond als een harde en trouwe werker, zich ziek had gemeld en niet meer was komen werken. Het uitzendbureau was blijven stilzitten, had geen bedrijfsarts ingeschakeld, had geen navraag gedaan en ook verder geen enkel onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het bedrijfsongeval. De twee gedaagden tapten ook nog uit een ander vaatje: niet zou zijn aangetoond dat het knieletsel het gevolg was van een bedrijfsongeval. Met dat verweer maakte de rechter eveneens korte metten. Diverse getuigenverklaringen toonden aan dat de werknemer zijn knie had verwond tijdens het werk op de bouwplaats. De rechter concludeerde dat uitzendbureau en aannemersbedrijf gezamenlijk aansprakelijk waren voor de schade.

 

Commentaar

 

Bij bedrijfsongevallen geldt een omgekeerde bewijslast. De werknemer hoeft slechts aan te tonen dat hij tijdens zijn werk een ongeval heeft gehad heeft, en hij daardoor letsel en dus schade heeft opgelopen. De aansprakelijkheid daarvoor kan de werkgever vervolgens uitsluitend afwenden als hij bewijst dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Hij moet overtuigend aantonen dat hij adequate veiligheidsmaatregelen heeft getroffen. De lat ligt daarbij heel hoog. Aan die zorgplicht was in dit geval duidelijk niet voldaan. Want op de bouwplaats had namelijk ieder deugdelijk toezicht ontbroken.

De werkgever was dus aansprakelijk. Maar hoe zit het met die aansprakelijkheid voor schade door een bedrijfsongeval als de werkgever een uitzendbureau is dat zijn werknemers uitleent aan een inlener, en het ongeval bij de inlener gebeurt? Volgens de wet zijn uitzendbureau en de inlener hoofdelijk aansprakelijk. De werknemer kan dus beiden aanspreken, zoals in de hier besproken procedure gebeurde. Zo wordt voorkomen dat ze naar elkaar blijven wijzen.

Tot slot de klachtplicht: als een tegenpartij eindeloos wacht met het kenbaar maken van zijn schadeclaim, verspeelt die zijn recht. Maar als je op je vingers kunt natellen dat zo’n claim in aantocht is en je doet niets, kun je je niet meer beklagen dat je tegenpartij zo lang heeft stilgezeten.

 

Rechtbank Rotterdam, 4 december 2019. ECLI:NL:RBROT:2019:10249

 

Dit artikel is ook gepubliceerd in het blad FlexMarkt, april 2020.

 

Vorige pagina
Volgende pagina