Logo Abeln Advocaten

E-commerce en cao: de Picnic-zaak

Bij een fysiek supermarktbedrijf vallen de werknemers, vaak ook de flexkrachten, gewoon onder de cao voor het levensmiddelenbedrijf. Maar hoe zit dat bij een online supermarkt zonder fysieke winkel, die zijn activiteiten ook nog eens in verschillende bv’s heeft ondergebracht?

 

De feiten

 

Picnic is een online supermarkt. Klanten bestellen de producten via een app. Vervolgens bezorgt Picnic de boodschappen thuis. Het bedrijf is opgesplitst in vijf bv’s. Eén bv runt de eigenlijke online winkel. Daar werken vijftien kantoormedewerkers. De vier andere bv’s houden zich bezig met opslag, inpakken en bezorgen, softwareontwikkeling en marketing. Bij die andere bv’s werken een paar honderd werknemers. En daar was het vakbond FNV, die een procedure had aangespannen, om te doen. Die werknemers hadden volgens de bond geen fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, wat Picnic overigens bestreed.

Vakbond FNV vroeg de rechter te bevestigen dat de werknemers van alle Picnic bv’s onder de cao voor het levensmiddelenbedrijf vallen, omdat de activiteiten van de bv’s één samenhangend geheel vormen. Daarmee was Picnic het oneens.

 

De uitspraak

 

De rechter heeft de FNV in het ongelijk gesteld. Of Picnic wel of geen online supermarkt is, is volgens de rechter niet echt van belang. De cao bepaalt heel duidelijk dat hij ook geldt voor online supermarkten. Wie de werkgever was, daar ging het om. En daarin gaf de tekst van de cao de doorslag. Een cao-tekst die niet zomaar mag worden opgerekt. En werkgever is volgens de cao-tekst uitsluitend de bv die zélf de virtuele of fysieke winkel exploiteert. Alleen de werknemers van die specifieke bv vallen onder de cao. Werknemers van de andere bv’s dus niet.

 

Rechtbank Amsterdam 3-12-2019 ECLI:NL:RBAMS: 2019:8968

 

Commentaar

Nieuwe technologische ontwikkelingen en bedrijfsvormen gaan pijlsnel. Juridische systemen die dat in goede banen moeten leiden, hobbelen daar hijgend achteraan. Dat geldt ook voor het arbeidsrecht.

Het is wonderlijk dat in de Picnic-zaak een cao blijkbaar wel geldt voor vijftien kantoormedewerkers, maar niet voor honderden andere medewerkers die zich bezighouden met opslag, inpak en bezorging.

Weliswaar heeft Picnic, omdat zij haar activiteiten in verschillende bv’s heeft ondergebracht, de zaak gewonnen. Maar daarmee is zij er niet. De FNV kan nog in hoger beroep. En dat is zeker niet kansloos omdat voor het standpunt van FNV beslist wat te zeggen is. Want is het wel redelijk om voor werknemers gunstige cao-bepalingen te ontwijken door je bedrijf simpelweg op te splitsen in meerdere bv’s, die nota bene op hetzelfde adres gevestigd zijn? Ik denk van niet. En dan te bedenken dat de partijen na een hoger beroep ook nog in cassatie kunnen bij de Hoge Raad.

Deze muis krijgt nog een fikse juridische staart. Met jarenlange onzekerheid tot gevolg. Waardoor werkgevers en werknemers - ook die in de flexbranche -  geconfronteerd kunnen worden met arbeidsvoorwaarden waar ze niet om hadden gevraagd, of arbeidsvoorwaarden die niet of niet meer van toepassing blijken te zijn.

 

Hoe verder? Nieuwe wetgeving die situaties als deze ondervangt? Prima, maar wetgevende molens malen langzaam, los van de vraag of nieuwe wetgeving een sluitende oplossing biedt.

Beter kunnen werkgevers en bonden roeien met de riemen die ze hebben. Dat betekent: over arbeidsvoorwaarden sluitende afspraken maken. Bijvoorbeeld door middel van een nieuwe cao. Want onbekommerd doorprocederen en erop gokken dat de rechter je wel gelijk zal geven, staat gelijk aan meedoen aan een tergend trage tombola.

 

Dit artikel werd ook gepubliceerd in FlexMarkt, februari 2020.  

 

 

 

  

Vorige pagina