Logo Abeln Advocaten

Heibel in de OR (vervolg)

 

Nee, in het land der ondernemingsraden is het niet altijd pais en vree. Zo was binnen de OR van een ambtelijke organisatie tussen twee OR-leden en de rest van de OR wrijving ontstaan. De twee OR-leden voelden zich zelfs zodanig tekortgedaan dat zij bij de directie officiële klachten indienden over het gedrag van drie specifieke OR-leden, waaronder de voorzitter.

Die klachten behelsden uitsluitend onvrede die bij de klagers leefde over de besluitvorming en het overleg in de OR. Ze klaagden enkel over dingen die de drie zwarte schapen in hun hoedanigheid van OR-lid zouden hebben gedaan of nagelaten. Het waren dus geen klachten over het gewone, dagelijkse werk.

Toch was dat voor de ondernemer in kwestie geen reden zich daarbuiten te houden. Hij nam ondanks protest van de OR de klachten in behandeling en stelde zelfs een officiële klachtadviescommissie in, die de klachten diende te onderzoeken. Ondanks het dringende verzoek van de OR om dat vooral niet te doen, en ondanks het feit dat de drie beklaagden principieel weigerden om aan het onderzoek mee te werken, behandelde de commissie de klachten toch en verklaarde ze ook gegrond.

Waarom had volgens de OR de ondernemer zich niet met de zaak moeten bemoeien? Waarom had volgens de OR de klachtadviescommissie moeten weigeren de zaak te behandelen?

Een OR is een zelfstandig instituut dat binnen een onderneming een onafhankelijke positie heeft. Die positie wordt gewaarborgd door de wet op de ondernemingsraden (WOR). Juist die zelfstandigheid en onafhankelijkheid zorgen ervoor dat de OR zijn recht op medezeggenschap op een goede manier kan uitoefenen. Een OR functioneert alleen goed indien ook de OR-leden hun taken ongestoord, zonder angst voor represailles van de kant van de ondernemer, kunnen uitvoeren.

Zo is bijvoorbeeld de ontslagbescherming van OR-leden degelijk in de wet verankerd. Een ondernemer, al dan niet een handje geholpen door een klachtadviescommissie, kan de OR en zijn leden niet de mond snoeren. Verder kan alleen de rechter een OR-lid uitsluiten van OR-werk. Ofwel op verzoek van de ondernemer omdat dat OR-lid de werkzaamheden van de OR ernstig belemmert, ofwel op verzoek van de OR indien het OR-lid het overleg met de ondernemer ernstig belemmert.

De door de ondernemer ingezette klachtprocedure – strijdig met de letter en bedoeling van de WOR – was uiteraard zeer intimiderend voor de betrokken OR-leden. Bovendien beknotte die procedure ook de OR zelf ernstig in zijn recht op medezeggenschap. Want welk OR-lid durft er onbekommerd zijn mond open te doen tegen de ondernemer of het hartgrondig oneens te zijn met z’n OR-collega, als die ondernemer – al dan niet op verzoek van de zich gekwetst voelende collega – een disciplinair onderzoek gaat starten?

Deze zaak is overigens nog niet afgerond. De ondernemer heeft geen follow-up gegeven aan de bevindingen van de commissie. Disciplinaire maatregelen heeft hij weliswaar niet getroffen, maar daarmee is de intimidatie niet weggenomen. De OR heeft nog geen verdere juridische stappen ondernomen.

Wat kun je als in de beklaagdenbank gezet OR-lid doen? Je duchtig verweren en als daar aanleiding voor is bezwaar en zo nodig beroep aantekenen tegen eventuele sancties.

Wat kun je als OR doen tegen een dergelijke vorm van intimidatie? De OR kan gebruik maken van de algemene geschillenregeling (artikel 36 WOR), waarbij de OR de kantonrechter vraagt de ondernemer te verplichten de WOR na te komen. In dit geval zou dat betekenen: stopzetting en intrekking van het disciplinaire onderzoek, en geen gevolgen verbinden aan de conclusies van de commissie.

Overigens kan niet alleen de OR zo’n procedure bij de kantonrechter starten, elke belanghebbende kan dat. Met andere woorden: als niet de hele OR of de meerderheid van de OR voor zo’n procedure voelt, kan bijvoorbeeld ook een individueel OR-lid die starten. Uiteraard wordt de zaak wel sterker als de OR de procedure voert.

Jan Harmen Baljet, 4 augustus 2017.

Vorige pagina
Volgende pagina