Logo Abeln Advocaten

Wil je geen arbeidsovereenkomst sluiten? Wek dan geen verkeerde indruk!

 

De feiten

 

Een bedrijf heeft een nieuwe salesmedewerker nodig. Een gespecialiseerd wervings- en selectiebureau krijgt de opdracht om die te vinden. Het neemt contact op met een al bij het bureau ingeschreven kandidaat. Dan volgt een bespreking tussen de kandidaat, een medewerker van het wervingsbureau en een vertegenwoordiger van het bedrijf. Het gesprek verloopt voorspoedig. De vertegenwoordiger van het bedrijf stelt voor dat de kandidaat bij het bedrijf aan de slag gaat. Zij zegt volmondig ja. Het bedrijf weet nog niet of het haar rechtstreeks in dienst zal nemen of door het wervingsbureau zal laten detacheren. Dat wordt later bepaald. Zij accepteert het aanbod. Rechtstreeks bij u in dienst, of in dienst van het wervingsbureau en vervolgens aan u uitgeleend: ik vind allebei goed, aldus de kandidaat. Alles lijkt in kannen en kruiken. De datum waarop zij start is al afgesproken, maar kort voor zij aan de slag kan ziet het bedrijf toch maar van haar komst af: omdat de aandeelhouder geen toestemming geeft. Onze hoofdpersoon spreekt vervolgens het wervingsbureau aan. Argument: ik heb met u een arbeidsovereenkomst gesloten, en die moet u nakomen: ik heb recht op salaris. Verweer van het wervingsbureau: hoe komt u erbij? U moet bij het bedrijf zijn en niet bij ons, wij waren alleen maar een doorgeefluik. Onze hoofdpersoon accepteert dit niet en stapt naar de rechter.

 

De uitspraak

 

De rechter stelt haar in het gelijk.  Wat gaf voor de rechter de doorslag? Uit een uitgebreide mail- en whatsapp-wisseling bleek dat het wervingsbureau gedetailleerd met de kandidaat had overlegd over haar arbeidsvoorwaarden. Zelfs over het type bedrijfsauto, een fraaie BMW-1, was al overeenstemming. Bovendien had het wervingsbureau haar op bureaubriefpapier een formulier ‘gegevens nieuwe werknemer’ laten invullen. Uit alle correspondentie was gebleken dat het bureau er zonder meer van uitging dat zij bij het bedrijf aan de slag kon.  Daarbij had het bureau, en dat woog voor de rechter zwaar, geen enkel voorbehoud gemaakt voor het geval de deal met het opdracht gevende bedrijf niet zou doorgaan. Conclusie van de rechter: onze hoofdpersoon had wel degelijk een arbeidsovereenkomst met het wervingsbureau.  Dat werd dan ook verplicht om het salaris door te betalen.

 

Commentaar

 

Als de ene partij een aanbod doet, en de ander aanvaardt dat, heb je een overeenkomst. Wil je dat een overleg over het sluiten van een overeenkomst daadwerkelijk vrijblijvend is? Spreek dat dan duidelijk uit.  Wil je niet de contractpartij zelf zijn maar hooguit als bemiddelaar of doorgeefluik namens die contractpartij optreden? Maak dat dan duidelijk kenbaar. Wil je een voorbehoud maken? Laat dat duidelijk weten.  Allemaal basisregels van burgerlijk recht. Die ook gelden bij het sluiten van een arbeidsovereenkomst. Aan geen ervan had het wervingsbureau zich gehouden. Zodat onze hoofdpersoon zich er terecht op kon beroepen dat zij een arbeidsovereenkomst met het wervingsbureau had.  Zij was werkneemster, het bureau werkgever. Maar edelachtbare, we hebben helemaal geen werk voor haar, verweerde het bureau zich. Dat is voor uw rekening en risico, vond de rechter. De werkgever moest de portemonnee trekken.  En de BMW dan? Dat vond de rechter iets te gortig. Zolang er niet feitelijk gewerkt werd, hoefde die niet beschikbaar te worden gesteld.

 

Rechtbank Midden-Nederland 17-01-2020 ECLI:NL:RBMNE:2020-256

 

Dit artikel wordt tevens gepubliceerd in het blad FlexMarkt

Vorige pagina